La maison d'à côté

Ons dorp




Lamorteau ligt op een steenworp van Torgny in de “kleine Belgische Provence”. Er is aardig wat bouwkundig erfgoed bewaard gebleven, waaronder enkele opmerkelijke huizengroepen in Gaume-stijl, die met hun gele natuursteen en rode pannendaken verrassend zuiders aandoen.

De naam Lamorteau gaat terug op “la morte eau”, een waterloopje dat in de Ton aux eaux dormantes uitmondt, de “stille wateren” van de Ton, een rivier die traag tussen haar afgesneden armen meandert alvorens met een zeer klein verval door het dorp te stromen. De dorpskerk is gewijd aan Sint-Nikolaas, beschermheilige van vuur, schippers en kinderen.

In de dorpsgeschiedenis springen drie tijdvakken eruit:

  • 1. Bouw in Radru van een benedictijnse priorij door de graaf van Chiny. Dit klooster wordt tot 1444 overgenomen door de norbertijnen, en doet later dienst als kluizenarij en uiteindelijk, tot 1945, als molen.
  •  

  • 2. Tijdperk van de heer van Franque, een vermaard grootgrondbezitter en vriend van Monseigneur Hontheim (bisschop van Trier, die in het kasteel van Montquintin woonde). Zijn achter de kerk gelegen huis had in 1791 de voortvluchtige Lodewijk de 16e onderdak moeten bieden. De Franse koning werd echter al aangehouden in Varennes, 60 km. voor de grens.
  •  

  • 3. Aanleg van de spoorweg met een belangrijk grensstation. In de loop van de 19e eeuw komen zowel hoogovens als de stoomtrein tot ontwikkeling. Het ertsrijke Lotharingen krijgt een spoorwegnet voor het vervoer van steenkool en ijzererts. Op 15 maart 1881 wordt in Lamorteau de lijn Virton-Montmédy ingewijd. Lamorteau en Ecouviez groeien uit tot zeer grote stations met veel personeel. Beide dorpen zijn grensposten met een rangeerstation waar van locomotief kan worden gewisseld en een douanekantoor. Nadat rond 1970 de crisis in de staalindustrie heeft toegeslagen, wordt in 1982 de spoorlijn Virton-Montmédy stilgelegd. Op 28 september 1985 rijdt er nog een laatste trein over.